De haan en de hen Cornelis Vreeswijk Ackordanalys: Rikard Ljunggren (oden@acc.pp.se) D A7 Dames en heren - hoort mij aan, D hier is een liedje van een haan, A7 een hele grijze en een hele ouwe. D Hij kon niet lopen, hij kon niet kauwen. G D Alle kippen weenden, klaagden, G A7 dat hij hen niet meer behaagde. D G Kijk nou toch, die ouwe dwaas! A7 D Wij gaan klagen bij de baas. Geef ons toch een haan met dat, die we hebben, zijn we zat. Hij is lui en heel onwillig, Impotent en onverschillig. Geef ons toch een nieuwe haan zeg, zo is het toch niets gedaan, zeg. Wij zijn treurig, tok, tok, tok. 't Gaat niet best bij ons in 't hok. De oude haan had geen plezier; ging meteen naar de poelier. En geen kip die aan de leg was, was verdrietig toen hij weg was. Zeven dagen en acht nachten moesten zij nog verder wachten. Maar geen kip brak zich het hoofd: er was een nieuwe haan beloofd. Eind'lijk kwam de grote dag. Mens, je wist niet wat je zag. Wat een prachtstuk van een haan, zeg, moet je toch die kam zien staan, zeg. Wat een snavel, kijk die veren. Ik most er haast van transpireren. Onze haan wachtte niet te lang, want hij was reeds aan de gang. Maar: één der mooiste kippenmeiden stond alleen en droef ter zijde. Waar zij zo lang op gewacht had en acht nachten aan gedacht had, mocht zij toch maar niet beleven. Hij kwam aan, zij stond te beven. Hij bleef staan en onvervaard, trok hij een veer uit het maagdjes staart. Het hennetje vond het heel opwindend, maar die daad was nog niet bindend. 't Was net of hij haar niet beliefde. Na vier weken zonder liefde hield de hen het niet meer uit. Elke dag trok hij haar een veer uit. Het was echt niet meer gezond, want zij kreeg een koude staart. Het maagdje liet haar tranen gaan en ze zei: Ach lieve haan, waarom wil je me niet beminnen? 'k Ga gewoon kapot van binnen. Ach, m'n liefste, zei 't haantje, strijk nou niet meteen 't vaantje. 'k Wil je hebben, zei de haan, maar dan zonder kleren aan.